Thuis urinezuurmonitoring

Aanbevolen

4 studies · 1 aanbeveling

Laatst bijgewerkt: 2 februari 2026

Thuis urinezuurmonitoring – Jicht
Aanbevolen4 studies

Regelmatige zelfcontrole van het urinezuurgehalte thuis verbetert het behalen van de behandeldoelen en de therapietrouw bij de behandeling van jicht.

Vier studies ondersteunen zelfmonitoring van urinezuur bij jichtpatiënten. Een gerandomiseerde, gecontroleerde studie (n=67) toonde aan dat zelfmonitoring om de twee maanden de streefwaarden voor urinezuur (≤0,36 mmol/L) bereikte bij 95% van de deelnemers, vergeleken met 62,9% bij jaarlijkse monitoring (risicoverschil 0,32, 95% CI 0,13-0,52, p=0,0021). Een onderzoek naar de diagnostische nauwkeurigheid (n=30) valideerde de draagbare Easy Touch GCU-meter ten opzichte van laboratoriummethoden en toonde een sterke correlatie (r=0,86) met een gemiddeld verschil van slechts 3,9%. Een draagbare zweetsensor demonstreerde continue detectie van urinezuur met correlatie met serumwaarden bij jichtpatiënten. Een systematische review van 24 richtlijnen bevestigde de consensus over het handhaven van serumurinezuur onder de 6 mg/dL (360 μmol/L) voor langdurige controle. Frequente zelfmonitoring stelt patiënten in staat de voortgang richting therapeutische doelen te volgen en ondersteunt de therapietrouw, waarbij lagere uitvalpercentages werden waargenomen in de groep met frequentere monitoring.

Bewijs

Auteurs: Abbas, Hawazin, Alexander, Debbie, Brown, Clare, Hart, Rowan, Krause, Amrey, Riches, Philip L.

Gepubliceerd: 11 november 2024

In een gerandomiseerde, gecontroleerde studie met 67 jichtpatiënten werd tweemaandelijkse zelfcontrole van het urinezuurgehalte (n=40) vergeleken met jaarlijkse controle (n=27) gedurende 24 maanden. De deelnemers gebruikten een ondersteunde zelfmanagementaanpak met zelfcontrole van het urinezuurgehalte en een streefwaarde van 0,3 mmol/L. Na 24 maanden bereikte 95% (38/40) van de deelnemers met tweemaandelijkse controle een urinezuurgehalte van ≤0,36 mmol/L, vergeleken met 62,9% (17/27) van de deelnemers met jaarlijkse controle. Het risicoverschil was 0,32 (95% CI 0,13 tot 0,52; p=0,0021). Het aantal stopzettingen van de behandeling was hoger in de groep met jaarlijkse controle (4 van de 5 stopzettingen), wat suggereert dat frequentere zelfcontrole ook de therapietrouw verbetert.

Auteurs: E. V. Panina, M. S. Eliseev, O. V. Zheliabina, Е. В. Панина, М. С. Елисеев, О. В. Желябина

Gepubliceerd: 17 oktober 2023

In een onderzoek naar de diagnostische nauwkeurigheid bij 30 patiënten met jicht en hyperurikemie die voldeden aan de ACR/EULAR 2015-criteria, vertoonde de elektrochemische methode (Easy Touch GCU Meter) met capillair bloed uit de vingertop een sterke overeenkomst met de standaard colorimetrische laboratoriummethode. Het gemiddelde verschil tussen de methoden was slechts 13,9 μmol/l (3,9% ten opzichte van de colorimetrische referentie). Een hoge correlatiecoëfficiënt (r = 0,86) toonde een nauwe lineaire relatie en goede overeenkomst tussen de twee meetmethoden aan. De methode bleek toepasbaar voor patiënten die normurikemie hebben bereikt, wat het nut ervan voor continue zelfmonitoring in de klinische praktijk ondersteunt.

Auteurs: Bo, Xiangjie, Gao, Wei, Hsiai, Tzung K., Kogan, Adam, Li, Zhaoping, Min, Jihong, Pak, On Shun, Song, Yu, Tu, Jiaobing, Wang, Minqiang, Yang, Yiran, Zhang, Haixia, Zhu, Lailai

Gepubliceerd: 1 februari 2020

De diagnostische nauwkeurigheidsstudie evalueerde een met laser gegraveerde draagbare sensor voor gelijktijdige zweetmeting, chemische analyse en monitoring van vitale functies. Tests bij jichtpatiënten en gezonde controlepersonen toonden aan dat de urinezuurconcentratie in het zweet correleerde met de serumconcentratie: jichtpatiënten vertoonden een hogere urinezuurconcentratie in het zweet dan gezonde personen. Het apparaat detecteerde met succes lage concentraties urinezuur continu tijdens inspanning en na dieetuitdagingen, wat wijst op mogelijke bruikbaarheid voor continue jichtmonitoring buiten klinische settings.

Auteurs: An, Z, Chen, H, Chen, Y, Chung, S-C, Hemingway, H, Kwong, JS-W, Li, L, Li, Q, Li, S, Li, X, Liu, H, Shah, A, Sun, X, Tian, H, Wang, J

Gepubliceerd: 24 augustus 2019

Deze systematische review analyseerde 24 richtlijnen (16 klinische praktijkrichtlijnen en 8 consensusverklaringen) die tussen 2003 en 2017 zijn gepubliceerd, met behulp van de AGREE II-methodologie. De aanbevelingen over de streefwaarde voor het serumurinezuurniveau voor langdurige controle waren consistent in de verschillende richtlijnen, waarbij de meeste richtlijnen een streefwaarde onder de 6 mg/dL (360 μmol/L) specificeerden. De richtlijn van de British Society of Rheumatology uit 2017 kreeg de hoogste kwaliteitsscores. De review beoordeelde de documenten op de volgende domeinen: reikwijdte en doel (mediaan 85,4%, bereik 66,7%-100,0%) en duidelijkheid van de presentatie (mediaan 79,2%, bereik 48,6%-98,6%).