Onverklaarbaar gewichtsverlies

Snel naar de dokter

3 studies · 1 aanbeveling

Laatst bijgewerkt: 25 februari 2026

Onverklaarbaar gewichtsverlies – Darmkanker
Snel naar de dokter3 studies

Onverklaarbaar gewichtsverlies is een teken van een verhoogd risico op overlijden en vereist onmiddellijke medische beoordeling.

In drie onderzoeken, waaronder een meta-analyse van 124 observationele studies, bleek onverklaarbaar gewichtsverlies bij patiënten met darmkanker consistent te leiden tot slechtere resultaten. Een BMI van 18 kg/m² na de diagnose ging gepaard met een 60% hogere algehele sterfte, een 95% hogere sterfte als gevolg van darmkanker en een 37% hoger risico op terugkeer van kanker in vergelijking met een BMI van 28 kg/m². In een onderzoek onder 388 patiënten bleek het anorexie-cachexiesyndroom, dat vaak voorkomt bij kankerpatiënten, veel voor te komen en had het een aanzienlijke invloed op de ziektelast en sterfte. Vroege opsporing door middel van voedingsscreeningen maakte interventies mogelijk die tijdelijk het gewichtsverlies stopzetten, met een gemiddelde gewichtstoename van 1,5 kg. Elk onverklaarbaar gewichtsverlies vereist een snelle klinische beoordeling om de progressie van de ziekte uit te sluiten en voedingsondersteuning in te stellen voordat er functionele achteruitgang optreedt.

Bewijs

Auteurs: Aune, Dagfinn, Balducci, Katia, Baskin, Monica L., Becerra‐Tomás, Nerea, Bours, Martijn, Cariolou, Margarita, Chowdhury, Rajiv, Copson, Ellen, Demark‐Wahnefried, Wendy, Dossus, Laure, Greenwood, Darren C., Hill, Lynette, Hudson, Melissa M., Kiss, Sonia, Krebs, John, Lewis, Sarah J., Markozannes, Georgios, May, Anne M., Odedina, Folakemi T., Renehan, Andrew G., Skinner, Roderick, Steindorf, Karen, Tjønneland, Anne, Velikova, Galina, Vieira, Rita

Gepubliceerd: 1 mei 2024

In een meta-analyse van 124 observationele onderzoeken bleek dat bij patiënten met een BMI van 18 kg/m² na de diagnose, in vergelijking met het laagste punt van 28 kg/m², de totale sterfte met 60% hoger was, de sterfte door darmkanker met 95% hoger en het risico op terugkeer van kanker met 37% hoger. Het verhoogde risico bij een lage BMI werd in secundaire analyses van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT's) minder sterk vastgesteld dan in cohortonderzoeken, en ook bij onderzoeken met een langere follow-upperiode. Dit suggereert dat een lage BMI deels het gevolg is van omgekeerde causaliteit als gevolg van een gevorderde ziekte, en niet zozeer een onafhankelijke oorzakelijke factor.

Auteurs: Aune D, Balducci K, Baskin ML, Becerra-Tomas N, Bours M, Cariolou M, Chan DSM, Chowdhury R, Copson E, Cross AJ, Demark-Wahnefried W, Dossus L, Greenwood DC, Hill L, Hudson MM, Kiss S, Krebs J, Lewis SJ, Markozannes G, May AM, Odedina FT, Renehan AG, Seidell J, Skinner R, Steindorf K, Tjonneland A, Tsilidis KK, Velikova G, Vieira R, Weijenberg MP

Gepubliceerd: 1 januari 2024

Een meta-analyse van 124 observationele onderzoeken toonde aan dat een lage BMI na de diagnose (18 kg/m²) het hoogste relatieve risico met zich meebracht voor alle uitkomsten bij darmkanker, vergeleken met het laagste punt bij een BMI van 28 kg/m²: een 60% hoger sterfterisico om welke reden dan ook, een 95% hoger sterfterisico specifiek door darmkanker en een 37% hogere kans op terugkeer van de kanker of een verminderde periode waarin de ziekte onder controle is. Het verhoogde risico bij de lage BMI-waarde werd in secundaire analyses van gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken (RCT's) minder sterk vastgesteld dan in cohortonderzoeken, en ook in onderzoeken met een langere follow-upperiode en bij vrouwen. Dit suggereert dat omgekeerde causaliteit, waarbij de ziekteprogressie het resultaat beïnvloedt, mogelijk gedeeltelijk de samenhang verklaart.

Auteurs: Dragan Trivanović, Jelena Vukelic, Marijan Dintinjana, Nenad Vanis, Renata Dobrila-Dintinjana

Gepubliceerd: 17 februari 2012

In een niet-gerandomiseerde interventiestudie onder 388 patiënten met colorectaal kanker werd vastgesteld dat het anorexie-cachexiesyndroom vaak voorkomt en aanzienlijke gevolgen heeft voor de ziektelast en sterfte. Toen 215 patiënten vroegtijdig voedingsondersteuning en -monitoring ontvingen, waarbij gebruik werd gemaakt van de Nottingham Screening Tool-vragenlijst en de schaal voor verminderde eetlust, stopte het gewichtsverlies tijdelijk en nam het gemiddelde gewicht met 1,5 kg toe (bereik 0,6–2,8 kg), terwijl ook de eetlust verbeterde. Deze bevindingen laten zien dat vroege detectie van gewichtsverlies interventies mogelijk maakt die de voedingsstatus in stand houden, hoewel de Karnofsky-functionele status in beide groepen ongewijzigd bleef.